Leestijd: 5 minuten

Een goed gesprek met je kind

In een vorig blog behandelde ik algemene voorwaarden voor een goed gesprek, en ik mijn vorige blog ging het vooral om het nog jonge kind.

Ik dit blog wil ik het specifiek hebben over een goed gesprek met je oudere kind. Een gesprek met je (puberende) kind voeren is niet altijd zo gemakkelijk. Op een bepaald moment lijk je ‘afgedaan’ te hebben als ouder.

Het valt wel mee, gelukkig

Laat ik je eerst vertellen, dat dat ‘afgedaan hebben’ wel een beetje meevalt. Het lijkt soms misschien, dat je als ouder niet meer gezien wordt, en dat er totaal niet naar je geluisterd wordt, maar het is niet zo erg als het lijkt. Op een bepaalde leeftijd zijn leeftijdsgenootjes belangrijker dan de ouders, maar …. over echt belangrijke zaken – de diepere waarden – zijn ouders en kinderen het vaak wel eens. De problemen vormen zich vaak op het terrein van de ‘persoonlijke smaak’, zoals een totaal andere kledingkeuze, andersoortige muziek enzovoort. Vraag je als ouder af, wanneer iets ècht de moeite waard is om je druk over te maken, en het aantal aanvaringen met je kind zal behoorlijk kunnen dalen. En vergeet niet: je gedrag als ouder is belangrijker dan je woorden!!

De communicatie

 

Maar laten we het hebben over de communicatie. De basishouding heb ik in mijn vorige blogs ook al benoemd: respect, warmte en bescheidenheid. Dit is echt ontzettend belangrijk, vooral bij pubers.

Bedenk, dat je kind niet alleen naar jóu moet luisteren, jij moet ook naar je kind luisteren. Jouw kind heeft ook iets te vertellen, en wil ook gehoord worden. En dat is niet altijd zo vanzelfsprekend. Je kunt als ouder snel het gevoel hebben, dat jouw kind alleen naar jou moet luisteren. Jij bent ‘de baas’. Maar ook al zul jij misschien uiteindelijk bepalen wat je toestaat, dat betekent niet, dat jouw kind niets te vertellen heeft. Luister daarom ècht naar je kind. (Lees ook mijn blog Hoe te luisteren naar kinderen (10 reacties die je moet zien te vermijden) hierover)

Andere communicatievoorwaarden

Naast deze basishouding zijn er nog meer dingen waar je rekening mee moet houden. Ik maak een onderverdeling naar verschillende leeftijdsgroepen (n.a.v. het boek ‘Ik heb ook wat te vertellen’, van Martine Delfos), maar dat betekent natuurlijk niet, dat jouw kind daar per definitie invalt. De mentale leeftijd kan afwijken van de kalenderleeftijd. Als je echter bewust bent van de verschillende leeftijdsgroepen met hun eigen aanpak, dan kun je voor jezelf wel inschatten in welke categorie jouw kind zit op dat moment. Soms kan dat misschien lastig zijn; je kind kan er uit zien als zestien, maar mentaal nog dertien zijn. Vooral voor buitenstaanders is dat lastig. Ze zullen je kind misschien als zestienjarige behandelen, terwijl het nog dertien is. Maar ook zelf kun je soms in die valkuil stappen; wees daar bedacht op. 

Ik behandel de leeftijdsgroepen 12-14, 14-16 en 16-18.

12 – 14 jaar

  1. In deze periode is het belangrijk gesprekskaders aan te geven, zodat je puber weet waar hij of zij aan toe is. Bijvoorbeeld: ‘Ik ben niet boos of zo, maar ik wil graag weten wat er precies gebeurd is.’ (emotie duidelijk maken). ‘We hoeven niet lang te praten, maar we moeten het er toch even over hebben, vind je niet?’ (duur gesprek duidelijk maken en vragen naar de mogelijkheid tot wederzijdsheid in het gesprek). 
  2. Praat in deze leeftijdsfase niet te lang met je puber. Het kan fijn zijn een gesprek te hebben tijdens een activiteit, zodat er niet een te hoge lading op het gesprek komt. Dit geldt vooral bij het bespreken van belangrijke zaken.
  3. Praat vooral ook over onderwerpen die hen interesseren en niet alleen over dingen die je als ouder belangrijk vindt.
  4. Probeer zoveel mogelijk onzekerheid bij je prille puber weg te nemen. Dit doe je bijvoorbeeld door de volgende zeer basale regel toe te passen: ‘Wees er van overtuigd, dat de mens deskundig is over zichzelf’. Dit is vaak voor ouders een lastige regel, want ouders weten het vaak altijd beter ;-).  Stap niet in deze valkuil! Je kind weet meer dan je denkt.
    gesprek
  5. Leg niet teveel nadruk op lichamelijk contact, en respecteer de grenzen van je kind hierin. Dit is gelijk een goeie oefening voor je kind om hierin zijn/haar grenzen te leren aangeven.
  6. Open vragen zijn voor een kind in deze leeftijdscategorie nog erg lastig. Start een gesprek daarom altijd met gesloten vragen. Zo heb je de meeste kans op een goede sfeer, wat erg belangrijk is.
  7. Laat je belangstelling zien door dóór te vragen op onderwerpen die de puber zelf belangrijk vindt.
  8. Motivatie voor een gesprek is in deze periode vaak lastig.     

14 – 16 jaar

  1. In deze periode is een jongere nog meer op zoek naar zijn eigen grenzen. Er moet ruimte gegeven worden en steeds meer verantwoordelijkheid, ook in het gesprek. Dat betekent, dat de jongere misschien aangeeft geen gesprek te willen, en dat je dat als ouder moet accepteren. De jongere moet zijn eigen territorium maken waarin hij zich veilig voelt. Het is voor ouders (vooral moeders) een zeer moeilijke periode. Je kunt het gevoel krijgen dat je je kind kwijt bent. Het zal duidelijk zijn, dat  communicatie in deze periode dan ook heel lastig kan zijn. Wees er echter van bewust, dat – ook al lijkt het dat je kind jou helemaal afwijst – er toch een behoefte is dat de ouders achter het kind blijven staan. Neem in deze periode iets meer afstand, maar wees er wel voor je kind. 
  2.  Blijf wel grenzen stellen, maar zit je kind niet op de huid. Heb vooral veel geduld; deze periode gaat voorbij.
  3. Hou geen ellenlange monologen, maar regel snel en beknopt waar het om gaat. Een gesprekje lukt vaak makkelijker ‘in de loop weg’ (staand bij de deur, tijdens een telefoongesprek met een ander, of even in een pauze).
  4. Je puber zal vaak gelijk willen krijgen, en kan dan best eens de waarheid verdraaien. Til hier niet te zwaar aan. Het gaat vaak meer om het gelijk krijgen dan om in de inhoud. 
  5. Vang signalen van verzet op. Je puber kan soms respectloos met je omgaan. Laat je niet verleiden hier ruzie om te maken. Het hoort erbij.
  6. Je kunt in deze periode wel meer open vragen stellen. Dóórvragen is nu echter risicovol. Het kan irritatie oproepen als het niet heel goed duidelijk is, dat het om belangstelling gaat. Je puber kan snel het gevoel krijgen op het matje geroepen te worden.
  7. Toch is het ook heel belangrijk, dat je je belangstelling toont, en dit kan het best door dóór te vragen. Dit vraagt dus wel een fijngevoeligheid van jou als ouder.
  8. Het is in deze fase heel belangrijk om de jongere te laten vertellen, zodat zijn/haar deskundigheid ‘naar buiten komt’.
  9. In deze periode ligt het tempo van de jongere hoog, dus korte gesprekken, niet te veel doorvragen enzovoort.
  10. Om de motivatie van de jongere aan te spreken is het noodzakelijk om oprecht belangstelling te tonen. Het is best lastig om aansluiting te vinden bij de jongere, omdat de belangstelling vaak niet op hetzelfde vlak ligt. Er zijn echter ook dingen waar je als ouder misschien minder van weet dan je puber. Dat is een mooie gelegenheid om door je puber geïnformeerd te worden hierover. Dit zal hem of haar een goed gevoel geven; meer een gevoel van gelijkwaardigheid. Maak daar gebruik van.

jongeren, keuzes, vrijheid

16 – 18 jaar

  1. De jongere heeft in deze fase meer het besef wat hij of zij zelf echt wil. Er is in meerdere of mindere mate geëxperimenteerd, en dit heeft soms niet zo goed uitgepakt. Deze pijnlijke gebeurtenissen moeten door de jongere ‘opgelost’ worden.
  2. De jongere zal de volwassenen weer meer gaan inschakelen. Hij/zij wil zijn eigen mening toetsen en zoekt steun. Het is nog wel een overgangsfase.
  3. Er wordt in deze periode dus veel nagedacht, en het gesprek is weer zeer belangrijk.
  4. Het moet wel duidelijk zijn wat de intentie van het gesprek is, en er moet sprake zijn van gelijkwaardigheid.
  5. Lange gesprekken is geen probleem meer. De jongere wil graag in discussie.
  6. Grote idealistische ideeën ontstaan vaak in deze periode. De jongere kan logischer analyseren dan voorheen (vaak beter dan de volwassene) en vormt brede meningen. Hij/zij kan vaak echter nog niet relativeren en mist ervaring. Soms kan hij/zij zich in het nauw gedreven voelen en kan de volwassene dan ‘eigenwijs’ of ‘ouderwets’ noemen. Je moet er als ouder voor waken dat je je kind gaat overheersen. Je kunt als ouder juist heel veel van je kind leren.
  7. Je kunt als ouder nu ook weer makkelijker een arm om hem/haar heen slaan.
  8. Je kunt in deze fase weer goed open vragen stellen. De jongere vindt het fijn om zijn eigen mening te verkondigen en uit te diepen Je kunt de jongere zo helpen te ontdekken ‘wat er in hem/haar zit’. Als je een gelijkwaardige situatie weet te creëren is de jongere zeer gemotiveerd om in gesprek te gaan.

Heb jij (al) kinderen (gehad) in deze leeftijden? En herken je wat hier staat? Ik ben benieuwd.