Leestijd: 5 minuten

Een gesprek met je nog jonge kind

In vervolg op mijn vorige blog met algemene voorwaarden voor een goed gesprek, wil ik nu aandachtspunten noemen voor een gesprek met jonge kinderen (deze punten zijn trouwens ook van toepassing bij oudere kinderen en volwassenen).

Het zijn er best wel veel misschien, maar het is de moeite waard om er bij stil te staan.

De communicatievoorwaarden

 

  1. Ga op dezelfde (oog)hoogte zitten als je kind
    Het is een gegeven, dat een groter iemand vaak de leidende rol op zich neemt. Hij of zij zal automatisch eerder de verantwoordelijkheid voor het gesprek nemen. In gesprek met kinderen is dit natuurlijk heel duidelijk. Wanneer we dus willen, dat een kind naar ons luistert, kunnen we dus het beste blijven staan. Wil je echter een ‘echt gesprek’, dus een gesprek waarin het kind iets aan ons vertelt en zich ook verantwoordelijk voelt voor het gesprek, dan zullen we ons dus op dezelfde hoogte moeten stellen. Door te hurken dus terwijl je spreekt, of te gaan zitten.
  2. Kijk naar je kind terwijl je spreektgesprek
    Om te zien wat er in je kind omgaat zul je naar je kind moeten kijken. Daar valt veel vanaf te lezen. Een kind zal bijvoorbeeld sneller ja zeggen als hij/zij van het gesprek af wil, vooral als het gesprek op initiatief van de ouder plaats vindt. Je kunt dan dus bijvoorbeeld zien of je kind nog gemotiveerd is voor het gesprek.
  3. Wissel wel of geen oogcontact af
    De ‘algemene overtuiging’ is, dat oogcontact tijdens het gesprek heel belangrijk is. Dit is echter niet altijd het geval. Soms is het handiger om geen oogcontact te hebben. Als je kind je niet aankijkt kun je natuurlijk zeggen “kijk me aan als ik tegen te praat”, maar of dat altijd verstandig is? Je kunt je beter afvragen waarom je kind je niet aankijkt. Het kan duiden op angst of gebrek aan motivatie, maar ook op concentratie. Je kunt je kind wel ‘uitnodigen’ om naar je te kijken, door bijvoorbeeld te zeggen: “misschien geloof je me niet, maar als je naar me kijkt dan kun je zien, dat ik meen wat ik zeg”. Dat heeft een heel ander effect dan wanneer je zegt “kijk naar me als ik tegen je praat”.  En soms is het voor je kind juist prettiger om je niet aan te kijken; bij moeilijke onderwerpen bijvoorbeeld.
  4. Stel je kind op zijn/haar gemak
    Als je een onderwerp wilt bespreken dat lastig kan zijn voor je kind, zorg dan eerst voor een ontspannen sfeer. Doe samen even wat leuks bijvoorbeeld, of praat eerst over iets luchtigs. Zorg, dat je beiden ontspannen bent. Daarna kun je vertellen dat je ook iets belangrijks wilt bespreken. Wat ik in m’n vorige blog ook benoemde: warmte, respect en echtheid zijn van doorslaggevend belang voor een goed gesprek. Een kind (en niet alleen kind, maar ook een volwassene) moet zich veilig voelen; dan pas kan er een echt gesprek ontstaan. En om veiligheid te ervaren moet je je gewaardeerd voelen. Iemand die zich gewaardeerd voelt weet, dat hij in principe niet ‘aangevallen’ wordt.
  5. Luister naar wat je kind zegtècht luisteren
    Als je als ouder iets me je kind wilt bespreken is de kans groot, dat je vergeet te luisteren naar wat je kind zegt. En dan bedoel ik echt luisteren. Tot je door laten dringen wat je kind zegt, en je afvragen wat hij/zij daarmee bedoelt. Als je niet echt luistert, heb je geen gesprek. Dan vertel je alleen wat je kwijt wilt. En dit zal je kind niet motiveren om wel naar jou te luisteren. Als er geen afstemming is op elkaar dan zal je kind passief verzet vertonen (dus ‘afhaken’). Zorg dus, dat je kind gemotiveerd is (en blijft) om aan het gesprek deel te nemen. Dit doe je door oprechte aandacht en ondersteunende opmerkingen (‘ik begrijp je nu veel beter, nu je me dit vertelt’).
  6. Laat je kind weten wat voor effect het heeft wat hij/zij zegt
    Hoe jonger het kind, hoe minder het in de gaten heeft wat voor effect het heeft wat hij of zij zegt. Een (jong) kind gaat er van uit, dat het effect dat is, wat zij zelf bedenken. Ze kunnen zich nog niet zo goed verplaatsen in een ander. Hoe ouder het kind is, hoe beter hij of zij kan inschatten wat het effect is. Maar houd dit in je achterhoofd, en leg zo nodig uit wat zijn/haar uitspraak met jou doet. “Als je niet gezegd had hoe belangrijk dat was, dan had ik het niet geweten. Goed, dat je me het laat weten, dan kan ik daar rekening mee houden”.
  7. Leer je kind, dat het moet zeggen wat het vindt of wil, omdat je dat anders niet weet
    Kinderen denken soms, dat volwassenen alwetend zijn. Dit wordt nog versterkt als ouders iets dergelijke zeggen als: “Zeg maar niets, ik weet precies wat je wilt.” Dit leert een kind juist het tegenovergestelde. Het zal leren zich níet te uiten, want de ander weet het toch allemaal wel. Een kind moet juist gestimuleerd worden te zeggen wat er in hem omgaat. “Vertel eens wat je daarvan vindt. Ik denk dat ik het wel weet, maar misschien heb ik het helemaal mis”. Dit is goed voor het zelfbesef en de eigenwaarde van een kind, naast het feit dat hij/zij zo leert om zich te uiten.
  8. Probeer spelen te combineren met praten
    wandelenDit geldt vooral bij jonge kinderen, maar ouder kinderen kunnen ook nog heel beweeglijk zijn en moeite hebben om stil te zitten. En jongens hebber er meestal meer moeite mee dan meisjes. Zorg dus, dat je kind kan bewegen als hij/zij dat wil, dat bevordert ook de concentratie op het gesprek. Vooral voor een kind tot een jaar of acht is di zeer belangrijk. Zij zien praten en spelen niet als verschillende dingen, maar combineren het. En ze horen meer dan je denkt. Denk maar eens aan wat ze opvangen wanneer je eigenlijk niet wilt dat ze het horen 😉
  9. Merk op, als je kind niet (meer) gemotiveerd is om te praten
    Je kunt je kind proberen te dwingen om te luisteren, maar als je daar zelf goed over nadenkt kun je wel nagaan, dat dat natuurlijk niet werkt. Als je kind niet wil luisteren, luistert het gewoon niet; de boodschap komt dan niet binnen. Je kunt je kind niet dwingen om écht te luisteren. Een kind kan het gewoon emotioneel soms niet allemaal aan. Hou daar rekening mee, en vertel je kind wat je opmerkt. “Vind je, dat we genoeg gepraat  hebben? Dan stoppen we nu eerst, en praten we een ander keertje verder. Want ik wil er nog wel graag verder met je over praten”.  Als je bijvoorbeeld denkt aan een baby, die zijn ogen op een bepaald moment afwent als de moeder met het kind ‘aan het praten is’,  dan denk je toch ook niet ‘wat een ongehoorzame baby’ (of iets dergelijks)? Dan merk je, dat je baby ‘genoeg heeft’. Houd dus rekening met de behoeftes van je kind.
  10. Als je een lastig gesprek met je kind hebt gehad, geeft het dan de kans om weer tot zichzelf te komen
    Voor een volwassene is het belangrijk om na een inspannend gesprek weer even bij te komen, maar dat geldt voor een kind natuurlijk ook. bijkomenLaat je kind natijd even weer lekker spelen. Vooral fysieke inspanning is dan goed. Heb dus geen moeilijk gesprek voor het eten of voor het slapen gaan. En ontdek, wat voor jouw kind de beste manier is. Sommige kinderen willen in hun eentje tot zichzelf komen, zodat ze alles weer van zich af kunnen zetten. Andere kinderen hebben juist de behoefte aan contact een troost (door een lief woord of een arm om hen heen). Ze willen even voelen dat er toch nog van hen gehouden wordt. Probeer dit goed in te schatten, en geef je kind wat het nodig heeft.

Zo, dit was heel wat 😉  Ik hoop, dat je het in je hoofd en je hart kunt opslaan, zodat je er in de praktijk iets aan hebt. Een goed gesprek en contact met je kind is van onmetelijke waarde. Je bouwt hiermee aan een sterke en zelfbewuste persoonlijkheid.

Veel goede gesprekken gewenst.

Heb je vragen hierover of aanvullingen erop, laat dat dan hieronder weten (je kunt me ook mailen als je dat liever doet).

(PS: deze info heb ik voornamelijk uit het boek van Martine Delfos gehaald: “Luister je wel naar mij”. Echt de moeite waard om te lezen, niet alleen voor professionals, maar ook voor ouders.)