Leestijd: 3 minuten

Wat is de Theory of mind?

De Theory of mind ontwikkelt zich bij kinderen tussen hun derde en zesde levensjaar. Het betekent, dat een kind zich kan voorstellen dat een ander anders denkt dan hij. Heel basaal is het het kunnen verplaatsen in de ander zijn gezichtspunt. Als je tegenover elkaar zit bij een voorwerp ziet de een iets anders dan de ander. Dat te kunnen begrijpen is het begin van de Theory of mind.

Een grappig voorbeeldje van hoe je je kunt ‘vergissen’

 

EiffeltorenIk verbaas me wel eens over mezelf hoe ik er soms totaal ‘naast kan zitten’. Grappig voorbeeldje: Wij hebben een sleutelhanger van de Eiffeltoren. Die zit aan een sleutel die in de deur zat. Mijn kleinzoon (van nog geen drie) zag hem hangen. Ik zei: ‘die is héél hoog’ (denkend aan de echte Eiffeltoren). Wat een ontzettend ‘misplaatste’ opmerking! Mijn kleinzoon heeft geen weet van de Eiffeltoren. Ik kreeg dus een verbaasde blik. Hij begrijpt deze zin ‘met z’n eigen kennis’. En zó ontzettend hoog hing die sleutelhanger niet 😂. Over Theory of mind gesproken. Kinderen denken anders en hebben een ander gezichtspunt (letterlijk en figuurlijk) dan volwassenen. Je moet je als volwassene dus (helemaal) verplaatsen in het kind.

Niet alleen in zulke ‘praktische’ gevallen

Het is ook belangrijk je te verplaatsen in het kind als het om ‘interne’ zaken gaat, zoals verdriet om iets, of boosheid. Jij kunt wel denken dat het totaal niet belangrijk is, maar voor het kind kan het super belangrijk zijn. Jij kunt wel zeggen: wat maakt dat nou uit, maar voor een kind maakt het misschien heel veel uit. Een kind (en natuurlijk ook een tiener, een puber, een jongere) denkt vaak heel anders dan een volwassene; houd daar dus rekening mee, en verplaats je in het kind. Dat kan lastig zijn, maar je kunt in elk geval zijn gevoel en gedachte accepteren. Geef een kind erkenning voor zijn gevoel, en wuif het niet weg (omdat jij het niet zo ziet als het kind). En als je het niet (goed) begrijpt, probeer er dan achter te komen wat het kind voelt. Verdiep je in het kind (tiener, puber, jongere).

Zelfs als volwassene

Ook als volwassenen onderling kan het soms nog lastig zijn. Heel praktisch: als je op een andere stoel zit, zie je ‘andere’ dingen dan de ander. Sommige dingen – die de ander wel ziet – vallen dan buiten buiten je gezichtsveld. Ik merk dat dát soms zelfs al lastig is. We zijn als volwassenen dus ook niet ‘volmaakt’. Het inleven gaat niet vanzelf. Je moet je soms bewust verplaatsen in de ander.

Nog een stapje verder

Dit is een simpel (praktisch) voorbeeldje, maar nog een stapje verder gaat het – net zoals dat het geval is bij je inleven in kinderen –  als je ook nogzienswijze kunt accepteren dat die ander anders denkt dan jij, en dat dat dus oké is, zonder dat je het begrijpt. In extreme gevallen is het voor iedereen denk ik moeilijk om je te verplaatsen in de ander. Als je je ergens totaal geen voorstelling van kunt maken kun je je ook niet verplaatsen. Je kunt het hoogstens aannemen. Besef dat die ander zijn zienswijze en kennis totaal anders kunnen zijn dan die van jou. Die ander zal dus ook tot andere conclusies komen. En dat mag. Wie ben jij, dat alleen jouw zienswijze de juiste is? Misschien vallen er wel dingen buiten je gezichtsveld, omdat je vanuit een andere positie kijkt.

Twee lessen hieruit wat mij betreft

• Probeer je te verplaatsen in de ander (vooral als die ander heel anders is dan jij – zoals een kind; dan moet je nóg meer je best doen).
Accepteer en respecteer dat de ander heel anders kan denken en voelen dan jij, ook al begrijp je er misschien helemaal niets van.

Herken je iets van deze voorbeelden van andere gezichtsvelden? Zie jij ook andere dingen dan anderen? Ik ben benieuwd.

optische illusie

Deel dit via: